Interview met Christopher Paolini - Modern Myths
 Sint 2020! Sint 2020!

Interview met Christopher Paolini – Onbegrensde avonturen in het Fractalverse (deel 1)

Het nieuwe boek van bestseller auteur Christopher Paolini is een episch sciencefiction verhaal. Om Slapen in een Zee van Sterren te promoten begon de schrijver, die bekend werd met Eragon en de opvolgende delen van zijn serie Het Erfgoed, aan een virtuele, wereldwijde promotietournee. Joany richtte haar webcam richting Amerika en sprak met Christopher over zijn werk, de uitdaging om elke dag te schrijven en zijn wisseling van epische fantasy naar epische scifi. Lees ons Interview met Christopher Paolini!

Lees ook het tweede deel van ons gesprek met Christopher Paolini. Je kunt het interview ook in het Engels lezen: Interview with Christopher Paolini.

Christopher Paolini - Modern Myths
Interview met Christopher Paolini: Christopher Paolini (foto: Lo Hunter)

In Slapen in een Zee van Sterren ontmoeten we Kira Navárez, een xenobioloog op een ruimteschip met als taak om nog niet-gekoloniseerde planeten te onderzoeken die mogelijk tot nut zijn voor de mensheid. Na jaren van trouwe dienst besluit ze haar carrière achter zich te laten en te settelen met haar vriend Alan.

Voordat het echter zover is, heeft Kira nog één laatste planeet te verkennen. Het is een routinemissie die in een paar dagen voorbij zou moeten zijn, maar wanneer ze op de planeet aankomt gaat er iets mis. Kira valt, scheurt haar beschermende pak en komt in aanraking met een onbekend object; het meest gevaarlijke voorval dat je op een verkenningsmissie kan gebeuren. Niet veel later wordt ze door een collega gevonden en teruggebracht naar het ruimteschip. Maar er is iets in haar ontwaakt..

  • Dankjewel dat je tijd voor ons maakte, Christopher. We gaan het hebben over je nieuwe boek: Slapen in een Zee van Sterren. De Nederlandse vertaling is hier net uitgebracht; ik heb het boek in huis.

Christopher Paolini: Hoeveel pagina’s is het boek in het Nederlands?

  • Eens zien, zo’n 869 pagina’s.

Dat zit dicht bij de Engelse versie. Die is net iets langer, 878 pagina’s.

  • Slapen in een Zee van Sterren is geschreven in het sciencefictiongenre. Wat zorgde ervoor dat je als beroemde fantasy-auteur besloot sciencefiction te schrijven? Wat inspireerde je?
Ik houd net zo veel van sciencefiction als van fantasy. Voor mij zijn de twee genres verwant aan elkaar: ze zijn beiden speculatieve fictie, wat betekent dat ze gaan over verzonnen locaties en technologie (of dat nu magie is of echte technologie). Ze houden zich bezig met samenlevingen zoals ze zouden kunnen zijn, op verschillende manieren. Ondanks de verschillen liggen de twee genres voor mij erg dicht bij elkaar.

Ik wilde sciencefiction schrijven omdat ik ervan houd over het universum te leren. Ik vind het fantastisch dat we bestaan in dit universum. Als het kon, zou ik graag door het heelal reizen, door de Melkweg, om te zien wat daar allemaal is.

Ik geloof dat het de toekomst van de mensheid is om de ruimte in te trekken en zich in het universum te verspreiden. Ik ben waarschijnlijk te vroeg geboren om dat mee te maken, maar erover schrijven is een manier om het te ervaren. En natuurlijk hoop ik een vermakelijk verhaal te vertellen dat mensen met plezier lezen.

  • Wat fascineert je het meest aan de ruimte?

Waarschijnlijk wat er allemaal mogelijk is. Er is zoveel, nou ja, ruimte om ons heen, dat zelfs de minst waarschijnlijke dingen mogelijk worden. Leven is een onwaarschijnlijk iets, zover we weten. Maar we weten dat het bestaat, dat het kan. Het zou heerlijk zijn de vrijheid te hebben om het heelal te verkennen en te zien wat er allemaal nog meer bestaat.

  • Hoe pakte je het onderzoeken aan van de technologie die in het boek zit?

Ik heb een hoop gelezen, online en daarbuiten. De website “Atomic Rockets” heeft geweldige naslagwerken, specifiek gericht op schrijvers die realistische sciencefiction willen schrijven. Ik besloot al snel dat ik zo dicht mogelijk bij de natuurkunde wilde blijven zoals wij die nu begrijpen. En dat betekende dat ik me goed moest inlezen op verschillende vraagstukken: hoe zouden ruimteschepen werken? Hoe zouden gevechten in de ruimte zich afspelen? In welke richting ontwikkelen computers zich? En biotechnologie?

Atomic Rockets logo
Interview met Christopher Paolini: Atomic Rockets

Het bedenken van een systeem om sneller dan het licht te reizen (FTL) was waar de meeste tijd in is gaan zitten. Ik wist dat ik het nodig had voor het verhaal dat ik wilde vertellen. Ik moest een systeem bedenken dat nog niet gebruikt werd in andere sciencefiction-verhalen, dat ons huidige begrip van de natuurwetten niet tegensprak en – het belangrijkste – dat tijdreizen niet mogelijk zou maken. Dat is wat wij nu weten binnen de moderne fysica: als je sneller dan het licht reist, reis je door de tijd. Ik heb niets tegen tijdreizen als een verhaalelement, maar ik wilde niet dat mijn “auto’s van de toekomst”, om het zo te zeggen, zouden kunnen tijdreizen. Dus dat was moeilijk om te bedenken. Uiteindelijk kreeg ik hulp van Gregory Meholic, die ik ook in het nawoord genoemd heb. Hij is een wetenschapper en raketingenieur en heeft gewerkt met theoretische fysica. Samen met een paar andere mensen heeft hij een theorie ontwikkeld die hij aan mij uit wilde leggen. Dat vormde de basis voor het FTL-systeem in het boek.

Het onderzoeken van de technologie kostte me een heel jaar, voornamelijk het FTL-systeem. Dat had ik ervoor over, omdat Slapen in een Zee van Sterren het eerste deel is in wat ik het Fractalverse noem. Het Fractalverse behelst de echte wereld, de geschiedenis, het verre verleden en de verre toekomst. Elk verhaal dat ik wil schrijven dat niet expliciet fantasy is, past in het Fractalverse. Slapen in een Zee van Sterren is een opzichzelfstaande roman, maar er zullen meer verhalen binnen het Fractalverse volgen die erop doorborduren.

  • Dat klinkt geweldig. En erg breed!
Eragon - cover
Interview met Christopher Paolini: Eragon

Ik heb zo lang gewerkt aan de wereld van de Erfgoed-cyclus – de Eragon-boeken – en wilde dat niet opnieuw doen voor een boek dat ik na afloop achter me zou laten. Ik wilde een kader maken waarbinnen ik ook andere verhalen kan laten plaatsvinden.

  • Zou je binnen dat kader nog steeds sciencefiction schrijven? Zou je je bijvoorbeeld willen focussen op één planeet binnen dat systeem en die verder uitwerken?

Alles. Het is een grote kookpot van elk soort verhaal dat ik mogelijk wil vertellen. Persoonlijk houd ik van verhalen die op een bijzondere manier met elkaar verweven zijn, dus er zullen thema’s en gebeurtenissen zijn die vaker terugkomen en waar lezers van zullen gaan houden.

Een van de risico’s van het schrijven van een serie is dat de drempel voor lezers om in te stappen steeds hoger wordt naarmate je meer boeken binnen die serie uitbrengt. Er is een enorme psychologische drempel waar je overheen moet als je wilt beginnen met een serie die al bij boek tien is. Ik wil ervoor zorgen dat lezers de boeken binnen het Fractalverse kunnen begrijpen zonder bekend te zijn met de rest van de serie, maar dat elk verhaal het Fractalverse wel uitbreidt en laat groeien.

  • Het is dus onbegrensd.

Dat is inderdaad het idee.

  • We hebben het al even gehad over de verschillen en overeenkomsten tussen fantasy en sciencefiction. Wat is in jouw ogen het grootste verschil tussen de twee?

Dat ligt aan het soort fantasy of sciencefiction dat je schrijft. Het grootste verschil voor mij was het wennen aan een moderner taalgebruik. Dat was ook erg fijn, omdat het fantasy-taalgebruik waarin ik tien jaar geschreven heb voor mij erg archaïsch was.

Daarnaast zou ik zeggen dat de technologie in sciencefiction je bepaalde limieten oplegt die er in fantasy niet zijn. Niet omdat alles mogelijk is met magie, maar omdat je met fantasy vaak net nog wat verder kan gaan. Als je in een fantasy-verhaal van de ene plek naar de andere moet komen, kun je je personages altijd net iets harder laten rennen, of de paarden net wat harder aansporen. Er is altijd wat speelruimte en dat heb je een stuk minder met machines. Op een gegeven moment loop je tegen een harde grens aan waar je niet voorbij kan gaan. Bij het schrijven moet je daar rekening mee houden. Wat niet vervelend is, maar wel anders.

  • Slapen in een Zee van Sterren is geschreven voor volwassenen, terwijl de Erfgoed-cyclus op jongvolwassenen is gericht. Waarom deze switch?

Voor mij is er geen switch. Ik schreef de Eragon-boeken niet bewust voor jongvolwassenen, maar schreef de beste versie van het verhaal dat er voor mij was. Omdat het hoofdpersonage onder de achttien is, maakt dat het boek een young adult volgens uitgevers. Maar het laatste boek van de serie kan makkelijk onder “adult fantasy” vallen.

Ik schrijf verhalen die iets voor me betekenen, die iets met me doen en ik denk dat lezers dat ook voelen. Ik denk dat ik in de toekomst wel weer eens iets zal schrijven dat gericht is op jongvolwassenen. Maar zoals ik zei, dat hangt af van wat ik met de verhalen wil doen en wat elk individueel verhaal nodig heeft.

Ik ben me er wel van bewust dat ik veel jonge lezers heb, zelfs nu nog. Zelf zou ik Slapen in een Zee van Sterren niet aanraden aan iemand van acht of tien, maar afhankelijk van de lezer kan hij wel geschikt zijn voor tieners. Het ligt er net aan op welk niveau de lezer is en hoe hun ouders tegenover, bijvoorbeeld, volwassen taalgebruik staan.

  • Zijn er naast taalgebruik ook thema’s en gebeurtenissen die het boek beter geschikt maken voor de volwassen lezer?

Sommige thema’s. Ook al heeft het boek veel thema’s waar ik ook al over schreef in de Erfgoed-cyclus. Het zijn thema’s waar ik veel over nadenk en om geef. Er zit wat volwassen taalgebruik in het boek, een beetje seks (niet overdadig veel) en natuurlijk zit er actie in. Maar dat geldt ook voor mijn fantasy.

  • Het schrijven van Slapen in een Zee van Sterren was een lang avontuur, of niet?

Ik kreeg het idee voor het boek in 2006, 2007. Ik was toen erg gefocust op het afronden van de Erfgoed-cyclus. In 2013 begon ik actief onderzoek te doen voor Slapen, dus ja, er zit zeven jaar werk in dit boek. Dat was wel inclusief een paar grote revisies en veel herschrijven; ik heb grote delen van het verhaal moeten aanpassen. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want achteraf was dat wat het verhaal nodig had, maar ik hoop dat ik dat nooit meer voor een boek hoef te doen. Ondanks dat ik blij ben met het boek zoals het uiteindelijk is geworden.

Dat is waarom ik beginnende schrijvers altijd vertel dat ze echt moeten schrijven over waar hun hart naar uitgaat. Als je geen passie voelt voor wat je schrijft, zal het moeilijk zijn er elke dag aan te blijven werken en er jaren tijd in te steken. In mijn familie worden we erg oud, maar hoe je het ook bekijkt, zeven jaar is veel tijd van je leven. Je moet echt achter datgene staan dat je probeert te maken.

  • Waren er obstakels of hindernissen naast het herschrijven die je niet verwachtte toen je aan Slapen begon?
Eerst had je de technologische hindernissen, de wetenschap erachter. Ik wil hier wel bij zeggen: wees niet bang dat ik enorm veel technische informatie in dit boek heb gestopt. Dat zit achterin het boek en is niet de focus van het verhaal. Daarnaast had je de lengte van het verhaal. Het is een dik boek, maar een compleet verhaal in één boek. En dat was nieuw voor mij.

Een ander obstakel was dat ik het niet meer gewend was een nieuw verhaal uit te denken. In de tien jaar dat ik werkte aan de Erfgoed-cyclus waren er geen nieuwe verhalen waar ik aan schreef. Toen ik Slapen begon was ik een beetje overmoedig. Ik dacht: “ik heb dit al eens eerder gedaan en dat slaagde, dus ik weet wat ik doe en hoef niet te doen wat ik voor Eragon deed om met dit boek van start te gaan”.

En de waarheid is dat ik die dingen wél moest doen. Ik schreef een eerste versie van Slapen in een Zee van Sterren waarvan een groot deel gewoon niet werkte, omdat ik niet begreep waar ik met het verhaal heen wilde. Dat was enorm frustrerend. Het kostte veel energie om erachter te komen waar het fout ging en om dat recht te zetten. Voor iedereen die het boek heeft gelezen: alles na de eerste kwart van het tweede deel zat niet in de eerste versie.

  • Dat is een grote verandering die je moest maken.

Zeker. Alle plekken die de personages daarna bezoeken, alle dingen die gebeuren en zelfs sommige wezens die in het verhaal zitten, zaten toen nog niet in het boek. Het was een enorme omschakeling.

  • Waar deed je de inspiratie op voor de buitenaardse wezens die we in het boek tegenkomen?
Interview met Christopher Paolini - Kwallen
Interview met Christopher Paolini: Kwallen als inspiratie voor buitenaards leven

We komen in het boek twee verschillende wezens tegen. De belangrijkste zijn de “Jellies”. Ze worden zo genoemd in het Engels omdat ze tentakels hebben en mensen doen denken aan kwallen. Dat schreef ik zo omdat ik besloot dat als ik epische sciencefiction zou schrijven, ik ergens tentakels moest laten terugkomen. Daarnaast las ik een aantal jaar geleden een artikel over octopussen en hoe zij het dier zijn dat het dichtst bij een buitenaards wezen in de buurt komt hier op aarde. Het brein van een octopus heeft drie kwabben met een slokdarm die daar dwars doorheen gaat. Hun armen denken deels voor zichzelf: ze hebben neurale clusters waarmee ze tot een zekere hoogte kunnen nadenken. Dat intrigeerde me. Kwallen hebben daarnaast een enorm ingewikkelde levenscyclus, wat me inspireerde voor het ontwerp van de wezens. Ik gebruikte die elementen als inspiratie.

Een groot thema in het boek is hoe de personages omgaan met hun lichamen wanneer die niet doen wat ze willen. We hebben allemaal zoiets meegemaakt: je wordt ziek, je breekt een been, je lichaam doet niet wat je wilt; fysiek of mentaal. De aliens in mijn boek kunnen, anders dan mensen, de vorm van hun lichaam aanpassen, door technologie of biologisch. Het was interessant daarmee te spelen.

  • Dus je vond veel inspiratie in onze natuur hier op aarde. Was het moeilijk in het hoofd te kruipen van wezens die zo ver van ons als mensen af staan?

Ja en nee. Je zou kunnen zeggen dat dat onmogelijk is om volledig te doen, dus ik deed het zo goed als ik kon. We hebben veel verschillende organismen hier op aarde, in verschillende vormen, maar ik geloof dat zij allemaal gedreven worden door dezelfde basisbehoeften: de behoefte voor eten, voortplanting, beschutting en veiligheid; die dingen. Die behoeften leiden tot bepaald gedrag dat erg begrijpelijk is voor ons. Ik kan niet zeggen wat er in het hoofd van een krokodil omgaat, maar ik kan hem begrijpen. De wezens die ik schreef hebben fysieke lichamen, dus er moeten begrijpelijke dingen zijn in hun gedrag, zelfs al is hun cultuur radicaal anders dan de onze. Dat is waar ik de grootste verschillen op richtte: de cultuur, de taal, dat soort dingen.

  • In het echte leven komen we misschien steeds dichterbij het moment dat we leven gaan vinden in de ruimte. Wat zou de rol van de mensheid zijn wanneer we het vinden?

Als er leven in het universum is, hebben we de taak het te beschermen, zo goed als dat gaat. Maar wat we ook hopen, mensen gaan doen wat leven in het algemeen doet: we gaan ons verspreiden tot we elke mogelijke ruimte bezetten. Dat is wat leven doet. Dat maakt ons niet kwaadaardig; elk dier zou dat doen, zelfs eencelligen doen het.

Wij zijn natuurlijk bewust van wat we doen, dus we kunnen op een verantwoordelijke manier met dit soort dingen omgaan. Maar dat is wat we zullen doen. En als we ons buiten de aarde kunnen vestigen, zoals op Mars of Venus, of zelfs buiten ons sterrenstelsel, dan zullen we ons door het hele universum verspreiden. Zelfs zonder sneller te reizen dan het licht is dat mogelijk. Wiskunde laat zien dat de mensheid de hele Melkweg in een relatief korte tijd zou kunnen koloniseren.

  • Dus je denkt dat de toekomst van de mensheid in het heelal ligt?
Interview met Christopher Paolini: Supernova
Interview met Christopher Paolini: Supernova

Zo niet, dan sterven we uit. De zon zal ons op den duur opslokken en dat is het einde. Als mensen gaan we allemaal de dood tegemoet, maar ik denk niet dat we er klaar voor zijn een einde van de mensheid te accepteren. Voor mij is het niet echt een keuze. We vertrekken, of we sterven uit. En of we nu uitsterven vanwege de zon, of een asteroïde, of iets anders, dat maakt niet uit. Het is onoverkomelijk als je ver genoeg vooruit kijkt.

Als ik de keuze had, of mijn kinderen, zou ik zeggen: ga eropuit, verken. Dat is wat al onze voorouders deden; naar onbekende landen reizen en daar een leven beginnen. Ik hou van de aarde: het is een veilige haven, een groen juweel in de lege ruimte. Het is een kostbaar iets. Zoiets als de aarde zullen we in de ruimte waarschijnlijk niet vinden, maar dat betekent niet dat onze toekomst niet daarbuiten ligt.

  • Op aarde komen we al voor uitdagingen te staan wanneer het gaat om het behouden van onze natuur en het leefbaar houden van de planeet voor de toekomst. Denk je dat sciencefiction een rol kan spelen in het verkennen van onze toekomst hier op aarde?

Absoluut. Het heeft die rol een lange tijd vervuld en zal dat nog lang blijven doen. Ik denk dat het belangrijk is dat fictie, voornamelijk sciencefiction, optimistisch is. Als alles wat je leest grimmig en grauw is, pessimistisch en doemdenkerig, dan is dat hoe je je gaat voelen. Je gaat je hopeloos voelen, alsof het leven het niet waard is om te leven en er geen oplossing bestaat. Daar ben ik het niet mee eens. En daarom is mijn werk in essentie optimistisch. Ik laat mijn personages heel wat ellende meemaken, maar ik geloof dat we altijd hoop moeten houden en optimistisch moeten blijven voor de toekomst. Ik zal nooit een boek schrijven met het doel mensen zich depressief te laten voelen, want dat is niet wat ik met mijn werk wil bereiken. Maar inderdaad, we staan als mensheid zeker voor uitdagingen. Ons kennende gaan we die dingen niet perfect oplossen, maar ik denk ook niet dat alles vreselijk zal aflopen.

  • We zullen een soort middenweg vinden en leren van onze fouten.

Ja, we komen er wel. We gaan een hoop fouten maken, sommige dingen zullen erop vooruit gaan en andere dingen erop achteruit. En dat is het leven.

 

Lees ook het tweede deel van ons gesprek met Christopher Paolini.

Christopher Paolini is de schrijver van de internationale bestsellers EragonOudsteBrisingr, Erfenis en De Drietand, de Heks en de Draak. Zijn eerste sciencefiction roman – Slapen in een Zee van Sterren – is nu verkrijgbaar. Christopher woont in Paradise Valley, Montana, USA.

Slapen in een Zee van Sterren / To Sleep in a Sea of Stars is nu overal verkrijgbaar.

Interview met Christopher Paolini – Modern Myths Shop 

Meer interviews als dit interview met Christopher Paolini? Kijk in onze rubriek Interviews!

Interview met Christopher Paolini: © 2019-2020 Modern Myths

Zee van Sterren

Joany Taanman

Joany Taanman

Van kinds af aan is Joany Taanman (1993) geboeid door verhalen. Op haar negende maakte ze een stripverhaal over haar hond die op magische wijze superkrachten kreeg. Sindsdien gaan tekenen en verhalen bedenken voor haar hand in hand. Ze is geboeid door fantasy: van games en boeken tot urenlange video-essays op YouTube die elk detail van deze media uitpluizen. Het moet hierbij niet te grimmig en grauw worden; een goed verhaal moet ook hoop kunnen geven.

Haar favoriete boekenreeks is His Dark Materials, al komt de Gentleman Bastard serie ook aardig in de buurt. Ze kan onbeperkt genieten van Pirates of the Caribbean (alleen de eerste drie) en Full Metal Alchemist: Brotherhood. Ook de Dragon Age en The Witcher games zijn haar zeer geliefd. Haar andere grote passie is geschiedenis. Ze kan zichzelf uren verliezen in de lore van een slim opgebouwd verhaal, of in games met een historisch tintje zoals de Assassin's Creed reeks.

Official Superhero Merchandise

Reactie plaatsen

Door het plaatsen van je reactie worden persoonsgevens werwerkt zoals omschreven in onze privacyverklaring.

Official Superhero Merchandise