Vlucht uit de realiteit door Johan Klein Haneveld - Modern Myths
 Sint 2020! Sint 2020!

Vlucht uit de realiteit – een verhaal van Johan Klein Haneveld

Vlucht uit de realiteit door Johan Klein Haneveld

“Jou moeten we hier niet hebben,” klonk het van boven de palissade. Een man met een kale, door de zon verbrande schedel, boog zich naar voren en zwaaide met een roestige speer. Hij droeg een leren vest zonder mouwen, waar zijn strokleurige baard overheen viel, en een patroongordel zonder kogels. Je zette je handen aan je mond. Misschien had hij je niet verstaan. “Ik kan betalen. Ik heb goud.”

Heel even verscheen een berekenende blik in zijn waterig blauwe ogen, maar je aanbod was niet voldoende. “Deze stad is alleen voor echte Amerikanen. Niet voor jihadisten.”
“Ik ben geboren in San Francisco!” riep je. “Ik ben geen jihadist.”
Een klodder spuug kwam over de punten van de stammen zeilen, maar viel meters bij je vandaan op de droge aarde. “Je ziet er wel zo uit. Twee weken geleden hebben we nog een groep van je soortgenoten langs gehad. Ze maakten geen schijn van kans.”

De man wees naar een heuvel achter je. Die was ooit bebost geweest, maar net als in de wijde omgeving restten er alleen nog stronken. Je had er de resten zien liggen van vlaggen met halve manen en stukken bepantsering. Maar er hadden ook wapens gelegen van Amerikaanse makelij en een lap stof met een patroon dat wel heel erg leek op de vlag van de confederatie. Bovendien had je behalve de ene man bovenaan de verdedigingswerken niemand anders uit de nederzetting gezien. Je hief je handen op met de palmen naar voren en deed een stap achteruit. De man met de baard ontspande en liet zijn speer zakken.
“Ik dacht dat iedereen hier een nieuw bestaan kon opbouwen,” probeerde je nog.
“Wat voor bestaan? Alleen ons ras heeft dit land cultuur gebracht. Alleen wij hebben op de maan gestaan. Wezens als jullie proberen alleen maar de graantjes mee te pikken. Wees maar gerust, als we jullie nodig hebben, komen we jullie wel halen.”

De overtuiging in die woorden deed een rilling over je rug lopen. Je zette nog een pas naar achteren. Vervolgens draaide je je om en liep bij het ommuurde dorp vandaan. Je passeerde de velden die in het verleden zo te zien wel waren omgeploegd, maar waar nu alleen verdord onkruid stond. Een grote landbouwmachine was door zijn achteras gezakt en er kropen wingerds omhoog langs de roestende cabine. Pas toen je over je schouder keek en de nederzetting niet meer zag, kon je weer rustig ademhalen. Je veegde met de rug van je hand het zweet van je voorhoofd.

Dit was bij verre na niet het eerste dorp dat je op je maandenlange reis was tegengekomen. Een eind richting het oosten had je een kolonie Nederlanders ontmoet, met lange pijpen tussen hun lippen en klompen aan de voeten, de vrouwen gekleed in zwarte jurken. Boven de muren van hun stad staken kerktorens uit en windmolens, die echter niet draaiden. Aan hun ogen was te zien dat ze je niet vertrouwden, maar ze wilden eerst weten of je iets te verhandelen had. Gelukkig had je wat meegenomen: informatieschijven met onder andere de meest recente landkaart en koffiebonen. Ze gaven je er gedroogde paling voor in ruil.
“Waarom verenigen jullie je niet met de andere blanke volken?” vroeg je degene die hun gemeenschap vertegenwoordigde.
“De Amerikanen willen alles zelf kunnen bepalen,” antwoordde de man. “Die denken dat ze beter zijn dan ieder ander. Ze vinden het maar niets dat wij een koning hebben.”

Je wilde meer weten, maar nu jullie transactie achter de rug was, had de man niet zoveel geduld meer met je. Hij wees naar de horizon en zei dat je moest verdwijnen. De kruisvaarders die in dit deel van de wereld de dienst uitmaakten, zouden snel arriveren en ze zouden jou zien als bedreiging van het Judeo-christelijke wereldbeeld. “De hele aarde zal onder hun banier verenigd worden en dan zal het rijk van eeuwige welvaart aanbreken.”
“Mogen jullie dan wel met mij handeldrijven?”
Hij lachte. “Dat wij steeds rijker worden, laat zien dat God ons zegent. En de kerk pikt daarvan soms een graantje mee. En nu wegwezen. Je hebt ons al lang genoeg van het werk gehouden.”

De man had op een stoel gezeten bij een veld, uitkijkend over de mannen en vrouwen met blote ruggen die graan aan het oogsten waren. Af en toe had hij zich opgericht en met uitgestrekte vinger een commando gebulderd. Toen een jonge kerel uitgeput op zijn knieën viel, was hij naar hem toe gelopen, had hem overeind getrokken en met een schop tegen zijn achterste had de man hem naar de stad teruggestuurd. Dat was het moment geweest dat jij bij hem was aangekomen. “Als je niet werken wilt, krijg je ook geen eten,” had hij gezegd toen je hem vroeg wat de jongen misdaan had. “Ik ben ook op het veld begonnen en kijk waar ik ben geëindigd.”

Daarna had hij je meegenomen naar de poort, waar twee andere mannen jullie opwachtten. Hun gezichten stonden donker. Degene met een lange baard keek nog van jou naar de koffiebonen en terug. “Als je meer hiervan kunt vinden…” opperde hij.
Je schudde je hoofd. “Dit was het laatste.”
“Dan is het maar beter dat je van hier gaat,” zei de man. “We zijn een nuchter, hardwerkend volk. Jij past daar niet tussen.”

Je wilde verder naar het oosten trekken, maar de man met de baard schudde zijn hoofd. “Jaren geleden is daar een groep van de onzen heen getrokken, samen met mensen uit Engelse en Amerikaanse steden. Ze geloofden dat onze dokters alleen maar op geld belust waren en medicijnen en vaccinaties bedoeld waren om hen te manipuleren. Nu gaan er in die streek allerlei ziektes rond. Het is er niet veilig.”

Daarom was je in de richting van de ondergaande zon verder gereisd. Het gevoel begon je ondertussen te bekruipen dat het daar niet veel anders zou zijn dan in het zuiden, waar je vandaan kwam. Daar had je namelijk al eens eerder Amerikanen ontmoet. Het was een groep die er prat op ging het ware geloof aan te hangen. Ze hadden zich echter niet aangesloten bij de kruisvaarders, want ook al hadden die dezelfde geschriften als zij, ze bezaten verkeerde dogma’s. Ze hadden een eigen strijdkracht die vocht met een groep die zich georganiseerd had volgens het oude Hindoestaanse kastensysteem. Zelf kenden ze echter een vergelijkbare onderverdeling in categorieën. Ook al waren de meesten van de Amerikanen blank, toch verwelkomden ze je hartelijk. Totdat bleek dat jij niet van plan was je te bekeren. Van het ene op het andere moment was je een heiden en moest je voor ze wegvluchten.

Nog geen week later stuitte je op de jihadisten, die een nomadische levensstijl hadden aangenomen. Je kon je makkelijk als een van hen voordoen, en je kende de woorden van hun rituelen. Een tijdlang geloofde je zelfs dat je in hun gemeenschap zou kunnen aarden. Maar in hun ogen nam je het geloof niet serieus genoeg. Na een felle discussie over de uitleg van enkele teksten uit jullie heilige boek was je ook bij hen niet langer welkom en werd je met grof geweld weggejaagd.

Nu keerde je de volgende Amerikaanse nederzetting de rug toe. Je volgde het riviertje dat langs het dorp liep. Eerst was het helder geweest met dichte begroeiing langs de oevers, maar stroomafwaarts was het groen verdwenen en toonde het rimpelende oppervlak de kleuren van de regenboog. Een vis dreef voorbij met de als een ballon opgezwollen buik naar boven. Je liet je schouders hangen en staarde naar de grond voor je voeten. Wat kon je nu nog verwachten? Ergens hier was nog een groep die zich had georganiseerd als het Duitsland onder Hitler, maar die hoefde je niet te bezoeken om te weten dat je er niet zou aarden. Je had gehoord over hun kampen. Toch spraken de meeste blanke mensen die je tegenkwam met onmiskenbare bewondering over hun efficiëntie.

Je was op een punt gekomen dat er in alle richtingen om je heen geen tekenen van menselijke beschaving te zien waren, zelfs geen sliertje rook boven de horizon. Met een zucht liet je je tas van je rug glijden. Je pakte de zender uit het voorste vakje en drukte de toetsencombinatie in die je je aan het begin van je reis had ingeprent.
Nog geen halve seconde later verscheen ik naast je. Ik veegde over mijn overall alsof die na een lange reis onder het stof zat, iets dat ik mezelf had aangeleerd om mezelf echt in het moment aanwezig te voelen. Ik keek om me heen. Heuvels met geel gras begroeid. Weinig anders. “Niet zo’n inspirerende omgeving hier,” zei ik met een glimlach.
Jij haalde je schouders op.
“Als je even door had gelopen, had je een bijzonder uitzicht gehad,” merkte ik op. “De burcht van een van de superrijken. Een en al koolstofvezels en geheugenmateriaal. Met kunstmatige watervallen van de top.”
“En voortdurend belegerd door de bendes,” reageerde je. “Ik weet ondertussen een beetje hoe de wereld in elkaar steekt.”
“Ah,” zei ik. “Leg eens uit?”

Je zocht een moment naar de juiste woorden. Vervolgens stroomden die als een woeste rivier over je lippen. “Iedereen hier ziet zichzelf als de maatstaf voor alles. Hun volk, hun geloof, hun overtuiging, al het andere is minderwaardig. Luisteren kunnen ze niet, zich verplaatsen in de ervaringen van een ander doen ze niet. Wat ze niet kennen, moet worden uitgeroeid en compromissen sluiten is er niet bij. Geen wonder dat het hier zo’n woestenij is.”
Voor de vorm keek ik nog een keer om me heen. Ik zuchtte. “Het was hier anders mooi. Een wereld met helder water en een schone lucht. Overal bossen en heidevelden. Als ze in staat waren geweest om samen te werken, had het zo kunnen blijven.”
“Waarom hebben jullie dan niet ingegrepen?” vroeg je.
“Dat zouden ze niet toelaten. We hebben ze overigens beloofd dat we ons niet meer met ze zouden bemoeien. Ze wilden hun eigen leven kunnen vormgeven, zonder aan iets of iemand rekenschap te hoeven afleggen.”
“Maar kijk wat ervan terechtgekomen is!”

Ik hield mijn hoofd scheef: “Waren de mensen met wie je sprak dan ontevreden? Kwam je soms Amerikanen tegen die toegaven dat ze niet de ideale samenleving hadden? Nederlanders die bereid waren ruimte te maken voor andersdenkenden? Die iets van hun eigen comfort wilden opgeven voor een ander?”
“Ze leken erg tevreden met hun bestaan,” moest je toegeven, “hoe vervuilend, ongezond of armoedig ik het ook vond. Als ik er iets van zei, moest ik direct vertrekken.”
Ik legde mijn hand op je bovenarm. “Als we ze zouden helpen, zouden ze alleen maar bozer worden. Geloof me, we hebben het geprobeerd. Het heeft geen enkele zin.”

“Toch is het is jullie verantwoordelijkheid,” zei je scherp. “Je mag het niet opgeven, zelfs als deze mensen het je moeilijk maken. Als jullie het kunnen, is het jullie taak de wereld een betere plek te maken. Niet om je terug te trekken in een illusie en haar aan haar lot over te laten.”
“Dat hebben we ook niet gedaan,” antwoordde ik. “Loop je al zo lang van dorp naar dorp dat je aan deze plek gewend bent geraakt? Ben je vergeten dat het hier helemaal niet lijkt op de aarde?”
Je leek verward. “Nee… Je hebt gelijk. Dit is niet de wereld waar ik vandaan kom. Ik herinner me niet alles meer…”

“We moesten zorgen dat je net zo in deze plek geloofde als zij er in geloven. De natuurwetten gelden hier net zo goed als elders. Oorzaken hebben gevolgen. Wie hier overlijdt gaat ook werkelijk dood. Wat deze mensen betreft, is deze wereld de echte. Ze denken dat wij, de betweters, fatsoensrakkers en goedmensen, ons uit de maatschappij hebben teruggetrokken. En daar zijn ze maar wat blij mee.”
“Maar het is andersom?”
“Je begint het te begrijpen,” zei ik vriendelijk. “In de twintigste en eenentwintigste eeuw heerste het idee dat de wereld niet meer te redden was. De wetenschappers, kunstenaars en andere idealisten zouden een nieuwe samenleving moeten stichten, op een eiland of zelfs op een andere planeet. De aarde kon maar het best worden opgegeven. Ze zouden ergens opnieuw beginnen en het dan goed doen. Desnoods zouden ze zich terugtrekken in een virtuele realiteit, ontsnappen naar een simulatie waar ze hun utopische ideeën konden vormgeven.”
Je fronste. “Was dat niet het idee van Ayn Rand? Ik ben op mijn tochten de laatste maanden meerdere volgelingen van haar tegengekomen.”
“Objectivisten zitten hier inderdaad veel. Toen het eenmaal mogelijk bleek de hersenen van mensen te scannen en hun bewustzijn over te plaatsen naar dit soort niet van echt te onderscheiden omgevingen, bleek echter dat de wetenschappers en kunstenaars, de idealisten en wereldverbeteraars de aarde juist niet wilden verlaten. Ze wilden liever werken aan herstel, samen met ieder ander die zich achter dat doel wilde scharen. Er waren genoeg andere mensen die liever de echte wereld achter zich lieten dan zich aan anderen aan te passen, die een plek zochten die ze naar eigen inzicht konden vormgeven, ongeacht de consequenties. En de nieuwe techniek bood hen die mogelijkheid.” Ik wees om ons heen naar het gelige gras en de droge grond. “We gaven ze een uitweg en die grepen ze met beide handen aan. Vooral toen de computer in staat was het besef dat hun wereld een simulatie was uit hun geheugen te wissen.”
“Zoals je ook bij mij hebt gedaan.”

Ik knikte. “We willen niet dat mensen het idee hebben dat het maar een spel is. Anders kunnen ze geen oprechte keuze maken voor de ene of de andere wereld. Dus lieten we je geloven dat dit de aarde is en wij je een vluchtweg konden bieden, een manier om aan deze realiteit te ontsnappen. Maar het is precies andersom.”
“Ah,” zei je. “Zoals in die 2D-film van vroeger. The Matrix.”
“Maar dan een versie waarin de virtuele wereld een post-apocalyptische woestenij is en de echte wereld…”
“Een paradijs?” vulde je aan. “De hemel op aarde?”
“Nog niet,” moest ik toegeven. “En dat zal het waarschijnlijk ook niet worden.”

Je keek verbaasd bij het zien van mijn eerlijkheid. Ik was geen goede verkoper, meende je. Ik sprak verder: “De problemen van de afgelopen eeuwen zijn daarvoor eenvoudigweg te groot. Uitgestorven diersoorten krijgen we niet terug. De poolkappen smelten nog steeds verder en grote delen van de aarde zijn door de hitte onbewoonbaar. Nog steeds is er honger en gaan er besmettelijke ziekten rond.”
Je slikte. “Dat was precies waarom ik weg wilde. Ik was het zat steeds aan al die ellende te worden herinnerd. Ik weet niet of het in de echte wereld wel zoveel beter is dan hier.”
“Maar daar zijn de mensen bereid persoonlijke offers te brengen en samen te werken aan een betere toekomst.”
“Ik snap wat je bedoelt,” zei je. “Je moet het er maar voor over hebben.”

Ik stak mijn hand uit naar de zender die je nog steeds in je hand hield en nam hem van je over. Ik hield hem voor je gezicht. “Die vraag zul jij nu voor jezelf moeten beantwoorden. Wil je hier blijven? Dan kan dat. Ook als je geen gemeenschap vindt om je bij aan te sluiten. Er zijn hier genoeg kluizenaars. In dat geval neem ik dit apparaat weer mee en wordt je lichaam bij ons opgeruimd. Maar als je met mij naar de echte wereld terug wilt, hoef je het maar te zeggen. De mogelijkheid om daaraan te ontsnappen, krijg je echter geen tweede keer aangeboden. Denk er dus goed over na.”

Einde

 

Johan Klein Haneveld Modern MythsJohan Klein Haneveld schreef tot nu toe zeventien boeken, waaronder meerdere verhalenbundels, de novelle Plastic Vriend en de SF-roman IJsbrekers. De bundel verontrustende verhalen Ruisreizigers is het meest recent uitgekomen. Zijn korte verhalen verschenen onder andere op Modern Myths, in de tijdschriften Fantastische Vertellingen en SF Terra en in de bundels Ganymedes 17Wereldbedenkers en Tenenkrommende Verhalen.

In september 2020 verschijnt van Johan de post-apocalyptische ‘sword & sorcery’-roman Hoeder van de Vulkaan en de dystopische SF-roman De Groene Toren. In 2021 volgt de horrorroman Scherven vol ogen. Lees ook zijn essays op Fantasy Schrijven.

Meer verhalen als Vlucht uit de realiteit door Johan Klein Haneveld? Kijk in onze rubriek Moderne Mythes: Verhalen!

© 2019-2020 Modern Myths

Redactie Modern Myths

Redactie Modern Myths

Modern Myths brengt alles wat fantastisch is bij elkaar in één online magazine en is voor iedereen die houdt van fantasy, sciencefiction, horror en alles wat daarbij hoort. Van boeken, films, televisieseries en games tot (video)reportages van de leukste fantasy fairs en -evenementen, op Modern Myths vind je elke dag een nieuw verhaal. Leer de herkomst van al deze fantastische verhalen in achtergronden en spraakmakende interviews met (internationale) schrijvers, acteurs, muzikanten en anderen die hun leven aan het genre wijden. Gebruik onze agenda met fantasy-gerelateerde evenementen. Lees in de rubriek ‘Moderne Mythes’ nieuwe verhalen van schrijvers die hun vertelling (voor)publiceren. Met het ‘Modern Myths Nieuws’ blijf je van het laatste nieuws op de hoogte!

Official Superhero Merchandise

Reactie plaatsen

Door het plaatsen van je reactie worden persoonsgevens werwerkt zoals omschreven in onze privacyverklaring.

Official Superhero Merchandise