Interview met Jan Verheyen - Modern Myths
Merchoid - 100% Awesome official Geek Merchandise

Interview met Jan Verheyen – Pulpcinema uit de jaren 70: Alle Remmen Los!

In de jaren 70 werden in de bioscoop grenzen verkend, wat zorgde voor films in de categorie B tot Z. Regisseur en filmnerd Jan Verheyen heeft een ongezonde kennis van al deze wonderlijk ‘foute’ films en schreef er een boek over: Alle remmen los! Met als ondertitel Seks, sadisme en swastika’s – een afdaling in de riolen van de pulpcinema uit de wilde jaren zeventig. Ook André heeft flink gezondigd in die contreien van ons genre en is daarmee de aangewezen persoon om voor Modern Myths in gesprek te gaan met Jan. Lees ons interview met Jan Verheyen, over de passie voor – en het belang van – de foute film. 

Lees binnenkort ook Andrés Alle remmen los! recensie.

Jan Verheyen
Jan Verheyen (foto: NyklyN-eyeworks)

“They’re coming to get you, Barbra!” Met deze ondertussen legendarische woorden jaagt Russell Streiner als Johnny in Night of the Living Dead (1968) zijn filmzus Barbra (Judith O’Dea) de stuipen op het lijf. En daarmee ook de zesjarige ik, die stiekem naar beneden is geslopen om nog wat tv te kijken. Die avond bracht mij, naast een aantal slapeloze nachten, ook een gezonde infectie van het horror-virus op.

Enkele jaren later kwam ik De Nacht van de Wansmaak tegen. Mr. Horror Jan Doense en “Max Rockatansky”, alias Jan Verheyen, presenteerden een avond vol foute trailers en films uit de zwanenhals onder het afvoerputje van de cinema. Het vuur waarmee de Vlaamse regisseur/producent daar vertelde over wat door sommigen een totale verloedering van celluloid genoemd zou worden, was bewonderingswaardig. Het is dan ook niet heel gek dat hij met Alle Remmen Los! deze passie op papier vertaalt naar een zeer onderhoudend – en toch ook leerzaam – boek. We spraken de auteur (na enige technische moeilijkheden geheel coronaproof) over zijn nieuwe boek.

Interview met Jan Verheyen

  • Goedemorgen Jan, allereerst ontzettend bedankt dat je wat tijd vrij kon maken voor ons. Wat ik graag wil weten is: waarom juist nu een boek over cult cinema?

Jan Verheyen: Ja, ik liep natuurlijk al langer met dat idee rond. Ik heb samen met mijn Nederlandse compaan Jan Doense al decennia lang stad en land onveilig gemaakt met De Nacht van de Wansmaak en er zijn enkele compilatie dvd’s van gemaakt. Ik vond het best jammer dat er in het Nederlandse taalgebied geen enkel boek over het onderwerp bestaat. Je hebt zeven boeken over Hitchcock en een vertaald boek over Jean-Luc Godard, maar naast het onvolprezen Schokkend Nieuws is daar verder eigenlijk niemand mee bezig. Je hebt natuurlijk wel Engelse boeken en ik ga ervan uit dat veel genreliefhebbers daar hun weg wel naar vinden. Maar het had me erg leuk geleken als ik dit soort boeken op mijn vijftiende had gevonden. Dat had mij namelijk heel wat slechte films bespaard. En kon ik meteen tot de kern van de zaak doordringen.

Dat was een motivatie, maar toch wilde ik het ook wel goed doen. Dat betekende dat ik heel veel films opnieuw wilde zien en dat ik een aantal films die ik niet gezien had, alsnog moest zien. Daar moest dan ook nog een entertainend, maar toch ook filmhistorisch min of meer verantwoord, boek uitkomen. Dat moest dus een schrijfperiode worden van een aantal maanden.

Maar ik ben een zeer gulzig iemand, ik doe veel dingen. Ik maak films en daar ben je toch al gauw acht maanden mee bezig. Verder ben ik ook nog actief in de media. Enfin, het kwam er gewoon niet van.

Tot ik zei: “Nu is het afgelopen! Het voorjaar van 2020 wordt mijn boekmoment.” Toen kwam ook nog eens Covid-19 om de hoek kijken en vielen al mijn nevenactiviteiten – alle panels, radio enzo – weg, waardoor ik ongestoord heb kunnen werken. Zo kwam mijn boek eerder bij de uitgever terecht en heb ik zowaar al mijn deadlines kunnen halen. Om je vraag te beantwoorden; het is een stukje toeval, al hoop ik wel dat de timing juist is. Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar met programma’s als Groeten Uit en Wat een Jaar blijkt wel dat er een hang naar de nostalgie van de jaren 70 en 80 is. En al gaat dit boek voornamelijk over film, is het natuurlijk ook wel een beetje een tijdsbeeld. Ik hoop dat er naast de genreliefhebbers en de bezoekers van De Nacht van de Wansmaak toch ook mensen zijn met interesse naar dit aspect van de jaren 70.

  • Het boek is dus voornamelijk voor de mainstream geschreven?
Suspiria poster
Interview met Jan Verheyen: Suspiria (1977)

Ja en nee. Er worden wel filmtermen gebruikt, maar niet de meest technische. Ik ga ervan uit dat iemand weet wat bijvoorbeeld een “point of view” is. Ik heb wel geprobeerd om het leesbaar te houden voor iemand die in de boekhandel staat en geïntrigeerd raakt door de cover. Als hij door het het boek bladert en denkt “leuke prentjes” en het boek meeneemt, moet hij er wel iets aan hebben. En ik hoop dat het entertainend genoeg geschreven is. Je hoeft het ook niet in een ruk uit te lezen natuurlijk. Je kan jezelf af en toe eens trakteren op een hoofdstuk en daar staan dan ook weer brokjes informatie in. Het is in ieder geval user friendly.

  • In het eerste hoofdstuk komt er het een en ander voorbij over regisseurs Fulci en Argento. Nu ben ik een liefhebber van bijvoorbeeld Suspiria (1977) en dacht na de eerste paar pagina’s dat dit best eens een kort interview zou kunnen worden…

(Lachend) Ja, maar kijk, ik niet! Ik ga niet flauw doen omdat jij tegenover me zit. Ik heb een nieuwe poging gedaan om deze film te bekijken en het is opnieuw geëindigd in geweld op huisgenoten en huisdieren. Het is natuurlijk, zoals elke vorm van film, appreciatie en subjectief. Het zijn ook mijn jaren 70 en ik denk dat zeker genreliefhebbers – ik voel het ook bij jou – wij hebben toch de neiging in discussie te gaan over de verdienste van deze of gene. En ik dacht, laat ik er toch maar wat pigment aan toevoegen. Het werkt natuurlijk in twee richtingen; je zal je dan geërgerd hebben aan mijn opmerkingen over Suspiria, maar er zijn vast films voorbij gekomen waarbij je goedkeurend hebt zitten knikken dat deze werden geherwaardeerd of genoemd.

  • Dat klopt wel aardig, maar heeft het niet te maken met de onvermijdelijke nostalgie-factor die vaak met een herkijk gepaard gaat?

Wel, ik heb geprobeerd om daar heel eerlijk in te zijn. Iets te vaak naar mijn zin heb ik moeten zeggen: “Ik herinnerde mij deze film toch anders.” Nu is dat niet zo gek, want niet alleen de appreciatie van een film is subjectief, maar hij blijkt ook tijdsgebonden en tijdgerelateerd te zijn. Zombi 2 (1979) komt heel anders binnen op je vijftiende, dan als je 57 bent en tien seizoenen van The Walking Dead hebt gezien. En het zal ook nooit meer zo zijn. Als ik die film aan mijn dochter van vijftien laat zien, die een grote fan is van The Walking Dead (het is dus al perfect fout gelopen met dat kind), dan gaat zij mij waarschijnlijk aankijken met: “Papa, are you serious?!” Ik snap dat wel. Ik heb vaak moeten zeggen: “Sorry, ik was daar als vijftienjarige van onder de indruk.” Maar nu is die nostalgiefactor er wel, alleen blijkt dat niet voldoende te zijn om de film boeiend te houden.

Interview met Jan Verheyen - Zombi 2
Interview met Jan Verheyen – Zombi 2 (1979)
Squirm poster
Interview met Jan Verheyen: Squirm (1976)

Gelukkig zijn ze er nog wel en zijn er zelfs films die ik indertijd amper geregistreerd had, die nu als een mokerslag binnenkwamen. Dus ook daar werkt het een beetje in twee richtingen. Al gebied de eerlijkheid mij te zeggen dat de meeste van de films – en dan met name de Fulci’s, maar ook bijvoorbeeld Squirm (1976) van Jeff Liebermann – dat was allemaal wat minder nu. Daar heb ik dan het argument gebruikt dat ze wel in die tijdsgeest gezien moeten worden. Maar het is naar hedendaagse normen wat aan de trage kant en de effecten zijn niet wat je ervan zou verwachten.

Squirm heeft dan wel zijn momenten en de twee hoofdrolspelers zijn nog boeiend genoeg om de aandacht vast te houden. Wat mij ook opviel bij Fulci (en Argento), is dat die ook geen verhaal kan vertellen al zou zijn leven ervan afhangen. Toch zitten er wel voldoende setpieces in die ik dan nog altijd wel dermate ongewoon, bizar en gruwelijk vind dat zij mijn aandacht verdienen. Wat dat betreft vind ik Fulci wel beter dan Argento. Het is een beetje zoals met The Beatles of The Rolling Stones, hè.

  • En?

Ik ben meer van The Beatles dan. Maar ik vond ook Abba al tof, toen dat nog niet tof was om goed te vinden.

  • Polariserende keuzes dus, net als veel politieke meningen op het moment. In hoeverre denk je dat de huidige politieke situatie gaat doorwerken op de toekomst van de cinema?
Funny Games poster
Interview met Jan Verheyen: Funny Games (2007)

Zeer pertinente vraag, waar ik recent veel discussies over heb. Omdat het ook dubbel is; ik heb natuurlijk op zich geen warme nostalgie bij vrouwengevangenis- en sadiconazistica-films. Daarbij vind ik ook niet dat die nu via de grote poort naar binnen moeten worden gehaald om een Hollywood remake te krijgen. Ik kan alleen maar vaststellen, objectief, dat er een soort bizar contrast is. Enerzijds vinden wij met zijn allen dat we in de meest verlichte, de meest progressieve en de meest breeddenkende aller maatschappijen rondlopen die er ooit is geweest. Alleen stel ik ook vast dat minstens de helft van alle films die in Alle Remmen Los! staan tegenwoordig niet meer gemaakt zouden kunnen worden.

Meer nog zelfs dat iedereen die ze op een productievergadering zou durven voorstellen, kans loopt om op staande voet ontslagen te worden. Ik vind dat een contrast. Alles zou moeten kunnen – vrijheid, blijheid en vrijheid van meningsuiting – maar anderzijds is er een soort deken van zelfcensuur over ons neergedaald, die ons eigenlijk terugslingerd naar de jaren 50. Want wat is er in de jaren 70 gebeurd, waarom zijn al die rare films gemaakt? In de jaren 60 waren er allerlei revoluties: er was een seksuele revolutie, er was een culturele revolutie, er was een autoriteitscrisis en daardoor heeft men toen die zelfcensuur de deur uit, de vijver in gegooid. En is men grenzen gaan verkennen, verschuiven en vertrappelen. Misschien was dat toen dan wat teveel en zitten wij nu meer in het omgekeerde. Zijn wij zo bang iemand voor het hoofd te stoten dat we er niet meer aan beginnen.

Films waar je echt ongemakkelijk van wordt, waarvan je voelt “dit is controversieel”, of misschien wel subversief; die kan je de laatste tien jaar op evenzoveel vingers tellen. Dan denk ik aan A Serbian Movie, Der Goldene Handshuh, Funny Games en een aantal films van Ulrich Seidl en S. Craig Zahler (Bone Tomahawk, Brawl in Cellblock 99, Dragged across Concrete). Dat zijn nog mensen waarvan je voelt: “Wow, hier wordt niet binnen de lijntjes gekleurd.” Daar worden dingen gedaan, met name op het gebied van geweld, dat meer is dan de uitbeelding van geweld.

Interview met Jan Verheyen - Bone Tomahawk
Interview met Jan Verheyen: Bone Tomahawk (2015)

Maar de films die ik nu heb opgenoemd vallen een beetje tussen arthouse en mainstream in. Die vinden voorlopig ook niet echt een breed publiek. Terwijl indertijd al die foute films ook echt mainstream waren. En dat is dus wat mensen niet willen geloven. Dat Ilsa: She Wolf of the SS (1975) niet in een of ander achteraf zaaltje speelde, waar alleen mannen met regenjassen kwamen, maar in de grote zalen aan de boulevard. Dat op zaterdag mensen het perfect sociaal aanvaardbaar vonden dat je in je nette pak naar de uitverkochte acht uur-voorstelling van Ilsa ging. Nadien lekker uit eten en een dansje doen. Dat krijg je niet uitgelegd. Dat zijn contrasten die ik interessant vind, die sociologisch ook interessant zijn.

Interview met Jan Verheyen - Ilsa She Wolf of the SS
Interview met Jan Verheyen: Ilsa She Wolf of the SS (1975)

Wat dat betekent voor de nabije toekomst? Ik denk dat het nog heel even gaat duren voor wij terug gaan en de grenzen kunnen verkennen. Ik denk dat zaken als de hele BLM, zwarte piet – de representatie-discussie – wat moet zijn gaan liggen, vooraleer je jezelf weer wat meer kan permiteren. En dan heb ik het nog niet eens over de “exploitation”, zoals de jaren 70 dat heeft gekend. Ik weet niet hoe dat zit in de Nederlandse filmcommissie, maar in België heb je bij het fonds een diversiteitsmannetje. Deze leest echt scenario’s door en kijkt naar de correcte representatie van allerlei minderheidsgroepen, vocale belangengroepen en zelfs ecologie. Je moet echt een document hebben met hoeveel mensen er met de fiets naar het werk kunnen en of er wel gerecycled wordt.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben daar allemaal niet op tegen. Maar het botst toch wel af en toe met dat zeer vage begrip van artistieke vrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Als ik nu een dossier indien, moet daar een intentieverklaring bijzitten over hoe er met die diversiteit omgegaan wordt, zowel voor- als achter de camera. En nogmaals, voor mij niet gelaten. Ik kan mij tot op zekere hoogte vinden in die inhaalbeweging. Maar het heeft wel consequenties. Dus laat ik het zo stellen: ik denk dat het nog even gaat duren en ik weet niet of die totale – al dan niet losgeslagen – vrijheid van de jaren 70 ooit nog terugkomt.

  • Is dat nog wel mogelijk? Zeker kijkend naar de huidige discussies over sommige titels.

Je krijgt een soort retrospect. Op een bepaald moment is er een discussie geweest over Gone with the Wind. Of die nog wel op de streamingdiensten te zien moest zijn, of dat daar niet een waarschuwing of historische context vooraf moest gaan. Dan wordt het voor mij gevaarlijk. Dan krijg je toch een soort stalinistische herziening van de geschiedenis en dan pas ik. Dat is voor mij dan wel een brug te ver. En ik ben ook niet te beroerd om toe te geven dat als je nu kijkt naar veel films uit de jaren 40, 50 en 60 – en dan met name Amerikaanse films – dat er, als er al donkere acteurs zijn, ze allemaal huisknechten en schoenenpoetsers zijn, een beetje dommige knechten. Dan denk je bij momenten wel “ho jongens, ho!” Maar het geeft dan ook meteen het tijdsbeeld van toen weer. Dat maakt ze misschien tot op zekere hoogte shockerend voor het publiek van vandaag, hoe in die decennia de maatschappelijke rolverdeling was. Maar dat maakt die films juist interessant. En of je die dan moet gaan kaderen; ik weet dat niet. Maar ik ben in ieder geval een zeer koele minnaar van het re-editten, of ze dan maar helemaal niet meer te vertonen. Dat is voor mij echt een brug te ver. Meerdere bruggen te ver. Een heel lange brug te ver.

Interview met Jan Verheyen - Gone with the Wind
Interview met Jan Verheyen: Gone with the Wind (1939)
  • Dat boort wel een pijnlijk punt aan. Mochten streamingdiensten beslissen dat soort films niet meer te vertonen, dan zijn ze straks nergens meer te zien. Zeker met het teruglopen van de fysieke markt.

Dan is er gelukkig altijd nog de dvd. Maar het klopt dat de streamingdiensten daar een zeer belangrijke rol in te spelen hebben. Veel van de films uit mijn boek vind je niet op de reguliere streamingdiensten. Daar moet je toch voor naar de meer gespecialiseerde sites gaan. Ze zijn wel te vinden, maar voor sommige titels moet je effectief terug naar een fysieke drager. En in die gevallen waar er geen recente dvd of blu-ray uitgave is, worden die dingen wel duur. Er zijn al enkele films in de sfeer van collectors items en dan schrik ik toch wel voor wat voor bedrag die dan over de toonbank gaan. Maar ze zijn er nog wel.

  • Zeker voor de liefhebber inderdaad. Je hebt natuurlijk de zogeheten “boutique labels” als Arrow, Shout Factory, Eureka, 88 Films. Maar ik ken ook genoeg mensen die niet eens meer een dvd-speler hebben staan.
Zombi 2 dvd
Zombi 2 op dvd

Ja! Gek hè? Af en toe kom ik nog wel eens aan met een dvd en dan word je toch aangekeken van “uit welke eeuw ben jij?” Met het verdwijnen van de videotheek, wat vrij snel is gegaan, zou VOD (Video On Demand) dat vervangen. Maar dat is ook niet waar. Niet alles wat in die videotheek stond, is nu op de streamers te vinden. Het geldt nog altijd dat de filmgeschiedenis echt omsloten is hè, het is allemaal ooit nog erger geweest, toch, André? Vroeger in de jaren 70, toen de filmmicrobes zich in mijn lichaam hadden genesteld om er nooit meer uit te gaan, als je toen een klassieker wilde zien, had je twee mogelijkheden. Of je moest wachten tot die film op tv voorbij kwam, of je moest naar de cinematek. Of het filmmuseum in Brussel, als die daar geprogrammeerd was. Dan verkies ik toch wel de huidige tijd, dat die dingen bijna allemaal wel te vinden zijn. En meestal zelfs legaal.

Dat vind ik belangrijk. Een vijftienjarige van nu heeft veel vlotter de mogelijkheid om een deel van de filmgeschiedenis in te halen. Dat stapelt zich wel op natuurlijk met een paar duizend films per jaar, maar goed, ze zijn er wel. Dus dat vind ik op zich wel een prettig idee. Ik zit hier graag omringd door mijn dvd’s, zodat ik als ik Zombi 2 wil zien, ik kan zeggen: “bij de Z, meneer!” (nu volgt een kort intermezzo over collecties en mijn Zombi 2 verzameling op diverse dragers – André). Vinyl is ook nooit weggeweest; er is altijd een fundamentele kern van “believers” geweest. En dat zie je nu ook wel weer terugkomen. Wat mij helemaal trots maakt, is dat het genreliefhebbers zijn die de meest loyale kopers zijn. Waardoor labels als Blue Underground, Synapse, Arrow – je hebt ze net allemaal al opgenoemd – nog effectief, met veel liefde gemaakte, restauraties met veel extra’s kunnen maken.

Dat is geen toeval, dat betekent dat je wereldwijd echt een netwerk hebt van mensen die, net als ik, genegen zijn van genre cinema. Misschien dat dat wel allemaal kinderen zijn van de jaren 70, wie weet. Maar toch, hè, ik heb het gevoel dat dat nog wel degelijk bestaat.

  • In Alle Remmen Los! staan ook nog enkele bekenden die hun guilty pleasures mogen delen. Ging dit van harte, of hadden ze wat overtuiging nodig?

De mensen die erin staan waren niet moeilijk. Ik had ook nog een aantal anderen, zoals met name Paul Verhoeven en Dick Maas, welke ik er ook nog graag in had gehad. Maar Verhoeven heeft ondertussen ook een zekere leeftijd en zat toen in de afwerking van een film waarmee hij naar Cannes hoopte te gaan. Hij had toen even andere prioriteiten. En Dick Maas, die is heel erg gehecht aan zijn status van norse outsider. Dus die heeft nooit gereageerd.

  • Heb je zelf nog een hoofdstuk en/of genre wat je wat beter ligt dan de rest?
The Omen poster
Interview met Jan Verheyen: The Omen (1976)

Nee, het is zelfs zo dat ik nog wel minstens vier extra hoofdstukken had kunnen schrijven. Tot de uitgeverij me belde en zei: “De mensen moeten het boek wel nog kunnen optillen!” Dus ik hoop stiekem, dat als het een beetje loopt, op een sequel met nog meer remmen los! Ik had bijvoorbeeld nog graag een hoofdstuk over Reli-horror willen doen; The Omen, The Exorcist en alles wat daar uit voortgekomen is. Of een hoofdstuk over enge kinderen, een hoofdstuk over Kung Fu films, een hoofdstuk over de Hong Kong Cat III films. En ik had ook nog een hoofdstuk over de echte slashers.

Daarbij dan ook nog graag iets over de jaren 70 horrorfilms. Dat is nog niet geschreven, maar al wel een deel geresearched. Maar om je vraag te beantwoorden: van de films die in het boek staan heb ik een favoriet. Het hoofdstuk waar de meeste films instaan die ik zou aanraden, is Barbaren in de Bossen. Dus dat zou dan mijn favoriete hoofdstuk moeten zijn. Maar mijn meest favoriete guilty pleasures zitten in de revenge films. Maar ook in History Revisited; ik vind Caligula (1979) en Salon Kitty (1976) en Men Behind the Sun (1988) toch wel heel bijzondere films. Ik zal het anders zeggen; bij al die films, met uitzondering van de Tiroler kluchten (waar ik werkelijk niet één film van kan aanraden), volstaat zelfs de trailer al ruimschoots. En in elk hoofdstuk zit wel wat waar iets voor te zeggen valt. Maar Barbaren in de Bossen is, samen met de rampenfilms, het meest toegankelijke genre in het boek. Je hoeft geen genrefilmliefhebber te zijn om een aantal van die rampenfilms en een aantal van die Barbaren in de Bossen films te kunnen smaken. Ze zijn wel hard. Ik denk dat voor mij Eden Lake (2008) de beste film uit het boek is. Maar dat is geen film die ik zomaar iedereen zou aanbevelen.

Interview met Jan Verheyen - Salon Kitty
Interview met Jan Verheyen: Salon Kitty (1976)
  • Snap ik, maar wel leuk dat Dead End (2003) genoemd wordt.

Ja, een onderschatte film vind ik dat. En zie je, zie je! Je bent boos over Argento, maar blij dat Dead End genoemd wordt!

 

Jan Verheyen is een bekende Belgische film- en televisieregisseur en presentator. Hij maakte onder andere de film Alles moet weg, de Team Spirit-reeks, Vermist en Dossier K. Verheyen was tussen 2003 en 2005 programmadirecteur bij de Vlaamse zender VTM. 

Alle Remmen Los! verschijnt op 22 oktober.

Modern Myths Shop

Koop Alle Remmen Los! op Bol.com of Amazon.nl:

Alle remmen los - Jan VerheyenAlle Remmen Los! – € 35,- op Bol.com
Alle Remmen Los! – € 35,- op Amazon.nl

Meer interviews als dit interview met Jan Verheyen? Kijk in onze rubriek Interviews!

Interview met Jan Verheyen: © 2019-2020 Modern Myths

Dead End poster
Interview met Jan Verheyen: Dead End (2003)
André van 't Hof

André van 't Hof

Als kind van de jaren 80 is André opgegroeid in videotheken. De ervaring van wekelijks nieuwe films uitkiezen op basis van de hoes heeft een onuitwisbare indruk gemaakt. Als een van de eersten uit de straat met een VHS-speler krijgt hij zijn liefde voor film met de paplepel ingegoten. Op zijn zesde sluipt hij stiekem naar beneden en zapt langs de kanalen tot hij bij Night of the Living Dead blijft hangen. Dit heeft enkele slapeloze nachten tot gevolg, maar ook een liefde voor genrecinema die alleen maar sterker wordt. Verder spendeerde hij in zijn jeugd meer tijd aan lezen, AD&D, Magic: The Gathering en Warhammer dan aan zijn huiswerk. Naast film heeft hij ook een grote interesse in de mythen en legendes die aan de basis liggen van het fantastische genre en heeft hij een behoorlijke biblio- en videotheek opgebouwd.

Official Superhero Merchandise

Reactie plaatsen

Door het plaatsen van je reactie worden persoonsgevens werwerkt zoals omschreven in onze privacyverklaring.

Official Superhero Merchandise